Bezittingen van een overleden bewoner: meer dan alleen ‘spullen’
Wanneer we een zorghuiskamer ontruimen na het overlijden van een bewoner, komen we zelden alleen dozen en kastjes tegen. We betreden een kleine wereld in het groot gebouw, waar een versleten pantoffel ineens meer zegt dan een volledig dossier. We weten dat u eigenlijk helemaal geen zin hebt in dozen, zakken en formulieren, terwijl u ondertussen moet beslissen of het geborduurde kussen van oma mee moet… of in de afvalcontainer belandt. Ironisch genoeg zijn juist die dingen die niks meer waard zijn op Marktplaats vaak onbetaalbaar om het hart een beetje heel te houden – en precies daar houden we rekening mee, heel discreet en zonder publiek langs de gang.
We nemen u stap voor stap mee door de kamer, zodat we samen bepalen wat écht belangrijk is. De ene lade lijkt misschien “rommel”, tot er ineens een vergeeld briefje tevoorschijn komt dat meer troost biedt dan welke rouwkaart dan ook. Terwijl het zorgteam alweer vooruit moet kijken naar de volgende bewoner, mogen wij juist even stilstaan bij de vorige. Het is bijna ironisch: het bed wordt snel vervangen, maar het nachtkastje kan een archeologische opgraving vol herinneringen zijn. We zorgen ervoor dat niets wat voor u betekenis heeft ongemerkt in een vuilniszak verdwijnt, of in een anonieme opslaghoek eindigt.
Om het overzichtelijk te houden, werken we meestal met vier duidelijke categorieën, zodat we samen weloverwogen keuzes kunnen maken:
1. Persoonlijke herinneringen – fotoalbums, brieven, souvenirs; alles wat emotionele waarde heeft en u waarschijnlijk dichter bij de overledene brengt dan een officiële akte.
2. Waardevolle bezittingen – sieraden, horloges, contant geld, documenten; de ‘koude’ waarde, die toch vaak warme emoties oproept zodra we het samen vinden.
3. Herbruikbare goederen – meubels, kleding, hulpmiddelen; spullen die, hoe wrang ook, een tweede leven kunnen krijgen bij iemand anders in nood.
4. Af te voeren materialen – beschadigde, versleten of onveilige spullen; de dingen die u liever nooit meer ziet, maar die toch met respect en in alle discretie afgevoerd moeten worden.